Naar hoofdinhoud
Milieuprestatie & materiaalkeuzes

De nieuwe MPG verandert het gesprek over materiaalkeuzes

Sinds 1 juli 2026 gelden gewijzigde milieuprestatieregels voor nieuwbouw. De hogere getallen voor woningen horen bij een nieuwe rekenmethode. Voor een zinvolle materiaalvergelijking moeten gebruiksfunctie, grenswaarde en berekening bij elkaar passen.

Twee schetsmatige gevelopbouwen tonen verschillende materiaalkeuzes, zonder prestatievergelijking.

De rekenmethode verandert de schaal

Beeld: AI-gegenereerde redactionele materiaalstudie. De getoonde varianten zijn niet doorgerekend en geven geen gecertificeerde opbouw of milieuprestatie weer.

Vergelijk je een oude MPG-score met een nieuwe variant, controleer dan eerst de rekenmethode. Sinds 1 juli 2026 gelden gewijzigde regels voor meer gebruiksfuncties. Bij eerder ingediende aanvragen en meldingen kan het overgangsrecht bepalen welke regels gelden.

De MPG drukt de materiaalgebonden milieubelasting uit in euro milieukosten per vierkante meter bruto vloeroppervlakte per jaar. De herziene methode rekent met A2: negentien milieu-impactcategorieën, tegenover elf voorheen. Ook de weegset is gewijzigd. Ook bouwkundige onderdelen, installaties en vervangingen tijdens de levensduur zijn relevant voor de berekening.

Voor woonfuncties, uitgezonderd woonwagens, is de standaardgrens nu 1,6. Voorheen was dat 0,8. De toelichting bij het wijzigingsbesluit koppelt het andere getal aan de herziene methode; voor woningen is hiermee geen aanscherping doorgevoerd. Uit de verdubbeling van het getal volgt evenmin dat een ontwerp twee keer zoveel milieuschade mag veroorzaken.

Een oud rekenresultaat simpelweg vermenigvuldigen levert daarom geen gecontroleerde nieuwe MPG op. Laat de ontwerpvarianten die je wilt beoordelen volgens dezelfde toepasselijke methode doorrekenen en bewaar de uitgangspunten naast de uitkomst.

De gebruiksfunctie bepaalt de grenswaarde

Voor kantoren geldt een standaardgrens van 1,55. NMD beschrijft dit, rekening houdend met de methodewijziging, als een aanscherping van 15 procent. Voor onder meer onderwijs-, winkel-, gezondheidszorg- en industriefuncties geldt een standaardgrens van 1,85. Voor industrie- en overige gebruiksfuncties geldt geen MPG-eis in een gebouw met minder dan 50 vierkante meter gebruiksoppervlakte. Die uitzondering geldt niet voor eventuele andere gebruiksfuncties in dat gebouw. Bij meerdere gebruiksfuncties in één gebouw voorziet het Bbl in een gewogen eis.

Voor een gebouw met woningen boven een winkel begint de berekening dus bij een zorgvuldige indeling van functies en oppervlakten. Laat die indeling aansluiten op de projectstukken. Een wijziging van het programma verdient opnieuw aandacht, ook wanneer de gevel en draagconstructie gelijk blijven.

Kleine woningen vragen een specifieke toets

Er gelden bijzondere regels voor woonfuncties met minder dan 60 vierkante meter gebruiksoppervlakte in een woongebouw, en minder dan 80 vierkante meter daarbuiten. Voor een kantoorfunctie geldt een soepelere eis wanneer de verliesoppervlakte van het gebouw, gedeeld door de gebruiksoppervlakte van datzelfde gebouw, groter is dan 2,5. De voorgeschreven berekening bepaalt de grenswaarde. Controleer de begrippen: bij kleine woningen gaat het om gebruiksoppervlakte, terwijl de MPG-score per bruto vloeroppervlakte wordt uitgedrukt.

Leg in het dossier vast welke oppervlakte voor welke functie is bepaald.

Maak de vergelijking reproduceerbaar

Leg bij elke variant de methodeversie, het rekeninstrument, de materiaalhoeveelheden en de gekozen milieudata vast. Noteer daarnaast welke onderdelen zijn meegenomen en waar nog aannames staan. Bij een gewijzigde score kun je dan terugzoeken of het verschil uit het ontwerp, de data of de berekening komt.

Gebruik de uitkomst om gerichte varianten te onderzoeken: een andere opbouw, minder materiaal of een aangepaste installatie. Houd de vereiste technische prestaties gelijk. Voor een concreet project blijven de toepasselijke regels, uitzonderingen en projectspecifieke berekening bepalend.